Fruit levert vezels, vitamines en andere voedingsstoffen. U leest wat fruit voor uw gezondheid betekent, hoeveel u per dag nodig heeft en hoe u het verstandig in uw voeding past.
Fruit is een waardevol onderdeel van een gevarieerd voedingspatroon. Het levert vezels, vitamines, mineralen en plantstoffen, en bevat relatief weinig calorieën in verhouding tot het volume. Het advies luidt dagelijks ongeveer 200 gram fruit te eten, wat neerkomt op zo'n twee stuks. Een gemiddelde appel, peer, banaan of sinaasappel weegt ongeveer 100 gram.
Fruit bevat van nature vruchtensuiker (fructose), maar de hoeveelheid verschilt sterk per soort. Ter indicatie, per 100 gram: - aardbeien ongeveer 5 gram - appel ongeveer 10 gram - banaan ongeveer 15 gram - blauwe druiven ongeveer 17 gram
Omdat de suiker in heel fruit is ingebed in vezels en vocht, komt hij trager in het bloed dan de suiker uit sap of snoep. Voor de meeste mensen is de natuurlijke suiker in twee stuks fruit per dag geen probleem. In hoeveel suiker zit er in fruit en is dat ongezond staat de vergelijking per soort uitgebreider toegelicht.
Heel fruit heeft de voorkeur boven vruchtensap. Bij het persen verdwijnt een deel van de vezels en blijft de suiker in geconcentreerde vorm over, waardoor u er makkelijk te veel van binnenkrijgt. Een glas sap telt daarom hooguit als één portie per dag.
Met twee stuks fruit per dag, afgewisseld over de soorten, past u een eenvoudige en houdbare gewoonte in uw voeding in.