Pruimensoorten herkennen: van Reine Claude tot mirabel en kwets

De grootste verwarring: pruim, kwets of mirabel?
Wat in de winkel als "pruim" verkocht wordt, is in werkelijkheid een verzamelnaam voor meerdere vruchten uit dezelfde familie die duidelijk van elkaar verschillen. Een pruim in de strikte zin is rond tot ovaal, met een duidelijke naad over de zijkant, en de pit laat niet altijd makkelijk los. Een kwets is eirond zonder die naad, heeft een donkerpaarse tot blauwzwarte schil met een waslaagje, en de platte pit komt juist wel makkelijk los van het vruchtvlees. Een mirabel, ten slotte, is veel kleiner en rond, geelgoud van kleur en meestal zonder rode blos.
Het gebruik verschilt navenant. Kwetsen zijn iets zuurder dan pruimen en worden vaker verwerkt in taart of jam dan rauw gegeten; mirabellen zijn juist heel zoet en worden zowel vers gegeten als in jam verwerkt. Wie op de markt "pruimen" koopt, koopt dus niet automatisch dezelfde vrucht als de buurman.
Reine Claude: de ronde, groengele suikerpruim
De Reine Claude is vernoemd naar de Franse koningin Claude (1499-1524), die verzot was op deze zoete pruim. U herkent hem aan de ronde vorm en de groengele tot lichtgele schil, soms met een subtiele rode blos aan de zonzijde. Het vruchtvlees is eveneens groengeel, zeer sappig en blijft ook na verhitting aromatisch zoet.
De Reine Claude wordt in Nederland en België in de tweede helft van augustus geoogst, met de variant Reine Claude d'Oullins al vanaf begin augustus. Rauw uit de hand eten is bij deze pruim de meest voor de hand liggende keuze, maar hij leent zich ook goed voor compote omdat hij zijn zoetheid bij het koken behoudt.
Victoria: de grote, rode allrounder
De Victoria-pruim, ook wel Reine Victoria genoemd, is een van de meest geteelde pruimenrassen en dankt zijn populariteit aan de combinatie van grote opbrengst en brede inzetbaarheid. De vrucht is groot, eirond en rood tot roodpaars van kleur, met geelachtig, stevig vruchtvlees. De boom is zelfbestuivend en bestuift bovendien andere pruimenrassen mee, wat de Victoria ook voor moestuinbezitters aantrekkelijk maakt.
De Victoria rijpt van half augustus tot half september en is een van de weinige pruimensoorten die zich goed leent voor zowel rauwe consumptie als voor taart en jam. Onrijp geplukt is de smaak fris zoetzuur; volledig rijp wordt de pruim aanmerkelijk zoeter, wat hem geschikt maakt om zowel vroeg als laat in het seizoen te oogsten, afhankelijk van het gewenste gebruik.
Opal: vroeg, klein en zeer zoet
De Opal is een kruising tussen Early Favorite en Reine Claude d'Oullins, ontwikkeld in Zweden en inmiddels een van de gemakkelijkste pruimenrassen voor de particuliere tuin. De vruchten zijn relatief klein, ovaal en roodblauw tot paarsrood van kleur, met geelgroen, sappig vruchtvlees dat opvallend aromatisch en zoet smaakt.
Door de vroege oogst, eind juli tot begin augustus, is de Opal vaak de eerste pruim van het seizoen die aan Nederlandse en Belgische bomen rijpt. Omdat de boom sterk groeit en zichzelf bestuift, is dit ras ook goed te herkennen aan de rijkelijke, vroege vruchtdracht.
Mirabellen: klein, geelgoud en snel te eten
Mirabellen zijn kleine, ronde pruimpjes die goudgeel kleuren zodra ze rijpen, soms met een lichte rode blos. De pit laat gemakkelijk los van het gele, zoete vruchtvlees. Mirabellen rijpen al begin augustus en kunnen zelfs iets onrijp geplukt worden: dan smaken ze fris zoetzuur, terwijl ze volledig rijp bijzonder zoet worden.
Omdat de vruchtjes klein zijn en snel zacht worden, is een mirabel minder geschikt om lang te bewaren. Vers uit de hand eten of verwerken tot jam of vlaai zijn de gangbare toepassingen; als losse pruim in de fruitschaal houdt hij het maar kort vol.
Kwetsen: laat, blauwpaars en gemaakt om te stoven
De kwets is de laatste pruimensoort van het seizoen en rijpt pas van september tot begin oktober. De vrucht is eirond zonder naad, met een donkerpaarse tot blauwzwarte schil die vaak bedekt is met een dun, wit waslaagje. Dat waslaagje beschermt tegen regen, uitdroging en schimmel, en is dus geen vuil maar een natuurlijk kenmerk.
De smaak van een kwets is duidelijk minder zoet en iets zuurder dan die van een Reine Claude of Victoria. Rauw is een kwets daardoor minder aantrekkelijk; hij komt pas echt tot zijn recht in kwetsentaart, compote of jam, waar de mildere zuurgraad juist voor balans zorgt. In de Duitse en Elzasser keuken is de kwets een vaste waarde in de herfst, vergelijkbaar met hoe handperen en stoofperen elk hun eigen bereidingswijze kennen.
Hoe herkent u een rijpe pruim in de winkel?
Voel voorzichtig bij de steel: een rijpe pruim geeft daar licht mee, terwijl een onrijpe pruim hard aanvoelt. Een dof waas op de schil, vooral bij kwetsen en Victoria's, is een teken van versheid en geen vuil; het gaat om een natuurlijke beschermlaag die er bij het wassen grotendeels afgaat.
Kleur zegt niet alles, want binnen één ras kunnen tinten verschillen door zonlicht en rijpheid. Vertrouw daarom vooral op vorm en stevigheid: rond zonder naad wijst op een kwets of mirabel, ovaal met een duidelijke naad wijst eerder op een Reine Claude of Victoria. Pruimen rijpen na de pluk nauwelijks door, dus een steenharde pruim in het schap wordt thuis zelden nog zacht en zoet.
Wanneer is het pruimenseizoen?
Het Nederlandse en Belgische pruimenseizoen loopt van eind juli tot begin oktober, met een duidelijke volgorde in rijptijd: - Eind juli - begin augustus: Opal en de eerste mirabellen. - Half augustus: Reine Claude en de vroege Victoria's. - Eind augustus - half september: Victoria op zijn breedst en Reine Claude d'Oullins. - September - begin oktober: kwetsen, als laatste in de rij.
Buiten dit venster komen pruimen in de winkel vrijwel altijd uit import, onder meer uit Spanje en Zuid-Afrika. Die pruimen zijn geplukt om een lang transport te doorstaan en smaken doorgaans minder uitgesproken dan de kort seizoensgebonden Nederlandse en Belgische oogst.

